Wie zoet is krijgt lekkers
Voor de bakkers was Sinterklaas een drukke tijd. Allerlei typische lekkernijen
dienden gemaakt te worden: suikerbeesten, chocoladeletters, marsepein, pepernoten
en speculaas. Nog steeds vindt men dezelfde lekkernijen terug in de winkels.
Het snoepgoed van Sinterklaas
Marsepein stamt uit de zeventiende eeuw. Sinterklaas was toen, behalve een gulle kindervriend ook 'huwelijksmakelaar'. De heilige Sint Nicolaas was de beschermheer van het huwelijk en het gezin. Rond 5 december konden jongens met een stuk marsepein een meisje hun liefde verklaren. Deze gewoonte van toen is vergelijkbaar met het sturen van een valentijnskaart nu. Soms werd er geen marsepein gebruikt, maar speculaas. Het stuk koek dat een meisje dan kreeg, heette een 'speculaasvrijer'. Soms werd een taaitaaipop gegeven, maar dat was als belediging bedoeld. Het strooien van perpernoten verwijst naar vroegere vruchtbaarheidsriten die in de sinterklaastijd werden opgevoerd. Het is te vergelijken met het gooien van confetti of rijst bij een bruiloft. Het idee dat Sinterklaas uit Spanje komt (en niet uit Turkije), heeft te maken met de handelsschepen die in de zestiende eeuw uit Spanje naar Nederland kwamen en allerlei kostbare geschenken en lekkernijen meebrachten.