Het grote boek is zoek.

Vlak voordat hij op reis moest ging Sinterklaas zijn spulletjes bij elkaar pakken en hij stond te piekeren wat hij allemaal mee moest nemen. "Eens even denken, m'n werkpak heb ik aan, m'n mooie pak moet mee, de mijter, m'n werkmijter heb ik ook op, m'n staf staat daar, en oja, natuurlijk het grote boek". Sinterklaas pakte alle spullen, behalve het grote boek, want dat kon hij niet vinden. Hij zocht in alle hoeken en gaten en piekerde zich suf waar het gebleven kon zijn. "Waar is dat boek nou toch, gisteren heb ik het hier nog op mijn bureau zien liggen. Het kan toch niet weg zijn?"

Sinterklaas kreeg het er warm van. Hij wiste het zweet van zijn voorhoofd en riep Hoofdpiet bij zich. "Zeg Hoofdpiet, heb jij misschien het grote boek ergens anders neergelegd? Gisteren lag het nog op mijn bureau, en nu kan ik het nergens meer vinden". "Nee Sinterklaas", antwoordde Hoofdpiet, "vanmorgen heb ik het nog bijgewerkt aan uw bureau".

Het nieuws ging als een lopend vuurtje door het kasteel. De Pieten fluisterden elkaar toe: "Heb je 't al gehoord? Het grote boek is zoek", iedereen kwam meehelpen om het grote boek terug te vinden. Er werd gezocht op zolder, in de kelder, in de gangkasten en in donkere hoekjes, overal. Maar het grote boek werd niet gevonden. Het was weg en het bleef weg.

De volgende morgen werd er bij het kasteel van Sinterklaas een grote envelop bezorgd. De Postpiet maakte hem open en haalde er een brief uit. Toen hij die nog maar half gelezen had liep hij rood aan en rende zonder te kloppen de kamer van Sinterklaas binnen. Hijgend hakkelde hij: "Sinterklaas, een brief over het grote boek." "Rustig maar, rustig maar", zei Sinterklaas, "Laat die brief maar eens zien". De Sint keek aandachtig naar het papier. Er stond: "Beste Sinterklaas, ik heb uw boek. Wilt u het terughebben, breng mij dan 1600 pepernoten. Brief volgt".

"Wel alle zwarte Pieten in een stoomboot! Dat heb ik nog nooit meegemaakt!" riep Sinterklaas woedend uit. "Maar wat moeten we nu doen?", vroeg de Hoofdpiet verdrietig. "Alle pepernoten zijn al ingepakt, en tijd om nieuwe te bakken hebben we niet". "We zullen die boef wel eens foppen", lachte Sinterklaas. "Pak eens een grote zwartepietzak en vul die met kranten en kiezelstenen. Dan doen we net of dat pepernoten zijn".
Zo gezegd zo gedaan en daarna was het wachten op de volgende brief. Die kwam 's avonds laat. Plotseling lag-ie in de bus. Niemand had iets gemerkt, zelfs de Opletpieten niet, die op de uitkijk stonden. Snel bracht de Postpiet de envelop naar Sinterklaas. Die maakte de envelop open en las de brief voor: "Kom morgen naar de brug bij de rivier en neem de pepernoten mee. Zet de zak midden op de brug en loop door".

Sinterklaas besloot dat de Hoofdpiet met de zwartepietenzak naar de brug zou gaan. De Hoofdpiet deed precies zoals geschreven stond in het briefje: Hij zette de zak midden op de brug en liep door. Daarna verstopt hij zich tussen de bosjes langs de rivier en wachtte op wat er zou gaan gebeuren. Dat duurde niet lang, want wie zag hij daar stiekem onder de brug uitkomen? Het was Deugnietpiet. "Ik had kunnen weten dat hij achter de hele zaak zou zitten", dacht de Hoofdpiet. Hij holde naar de brug, greep de Deugnietpiet in zijn kraag en bracht hem naar het kasteel.
Gelukkig was het grote boek nog heel. Maar toch kreeg de Deugnietpiet op z'n donder, zoals de kinderen in Nederland nog nooit van hun ouders hadden gehad. En voor straf mocht hij ook niet mee naar Nederland. 
Gelukkig had Sinterklaas het grote boek terug, met alle aantekeningen over de lieve en stoute kindertjes en hun verlanglijstjes. Sinterklaas was niet lang meer boos en ging met een goed humeur op reis.